Cobelpa vertegenwoordigt
de papierindustrie op verschillende niveaus in de sociale commissies:
Europees (CEPI), federaal (VBO), regionaal (VOKA en UWE).
Paritaire comités – verzoeningsbureaus – werkgroep milieu - beheercomités van de fondsen voor bestaanzekerheid Voor de sectoronderhandelingen en verzoeningen tussen sociale partners op bedrijfsvlak, maar ook o.m. voor de sectorsolidarisering van de startbaanverplichting, de bijzondere crisimaatregelen voor bedienden en de paritaire goedkeuring over de vorm en het niet discriminatoire karakter van dossiers betreffende de niet-recurrente resultaatsgebonden bonus, zijn er twee paritaire comités: het PC 129 (voor de arbeiders) en het PC 221 (voor de bedienden). De heer R.Groetembril is Voorzitter van beide PC’s. Binnen het PC 129 en het PC 221 komt de paritaire werkgroep ‘milieu’ samen voor informatie betreffende milieuaangelegenheden, eventuele sectorstandpunten die dan, desgevallend, gezamelijk te verdedigen zijn, de stand van zaken rond de sectorconvenanten en ‘accords de branche’ etc. De evaluatie van de ingediende opleidingsdossiers voor arbeiders en bedienden per bedrijf worden jaarlijks door de leden van het beheercomité van beide fondsen geëvalueerd. ![]()
Alhoewel de verhouding arbeiders - bedienden op vrijwel onveranderd bleef de laatste tien jaar en rond 70% - 30% schommelt, is de totale tewerkstelling in de sector op tien jaar tijd met bijna een vijfde verminderd: van 5043 in 2000 naar 4098 in 2008 (interim werknemers niet meegerekend). Ook de verhouding werknemers in ploegenarbeid op de totale tewerkstelling in de sector bleef nagenoeg ongewijzigd: 86% ploegenarbeiders op het totaal aantal arbeiders en 41% bedienden die in ploegen werkzaam zijn op het totaal aantal bedienden. Waarschijnlijk
verklaart het enorme aandeel ploegenarbeid ook waarom onze sector zo weinig
arbeidsters telt nl. 2% in 2008 tegenover 22,5% vrouwelijke bedienden
in 2008.
Talentbeheer en doorstromingsmogelijkheden binnen het bedrijf bieden staan in de sector centraal. De opleidingsplannen in vele bedrijven illustreren dat dit geen holle slogan is. Multi-inzetbaarheid is een vaak vooropgestelde doelstelling. Andere bedrijven gaan nog verder en willen aan hun werknemers de mogelijkheid bieden om minsten twee hogere functies te kunnen uitoefenen. Uiteraard komt dit ook de flexibiliteit van de arbeidsorganisatie ten goede.
Het sectorakkoord 2009-2010 voorziet een nieuw indexmechanisme. Waar we voordien een vaste indexatie van 1.5% toepasten op een variabele datum, is nu voor een variabele indexatie op vooraf bepaalde vaste data geopteerd: om de 6 maanden indien de gemiddelde jaarlijkes inflatie lager is dan 5% en om de 4 maanden vanaf 5%. Er werd ook beslist geen negatieve indexatie toe te passen: dit wordt dan verrekend op de eerstvolgende positieve indexatie.
Sinds 2003 is de startbaanverplichting voor onze bedrijven op sector vlak gesolidariseerd. Sleutelvoorwaarde hier is een sectorinspanning van 0.15% voor de risicogroepen: wat we reeds in het sectorakkoord 2001-2002 vastlegden. Om een verlenging van deze solidarisering te bekomen is het uiteraard van belang te kunnen aantonen dat, nu weliswaar op sectorvlak, de 3% inspanning voor de startbanen gehaald werd.
Via een sector CAO hebben onze bedrijven toegang tot de bijzondere crisismaatregelen, waardoor de terugval in activiteit door de crisis beter kan opgevangen worden. Een tijdelijke vermindering van de arbeidsprestaties, niet alleen voor de arbeiders maar nu ook voor de bedienden, moet toelaten prioritair de tewerkstelling te behouden terwijl de personeelskosten onder controle blijven. |